10 + Ö(x
+ 2) = x
ÞÖ(x + 2) = x- 10
Þx + 2 = (x- 10)2 = (x-
10)(x- 10) = x2-
20x + 100
Þx + 2
-x2 + 20x- 100
= 0
Þ x2
- 21x
+ 98 = 0
De ABC formule met a = 1, b = -21 en c = 98
levert x = 7 Ú x = 14
Bij controleren blijkt alleen x = 14
een goede oplossing te zijn.
Vergelijkingen
met wortels
Als
je deze vergelijkingen niet kon oplossen moet je les
11 van de cursus algebra
op deze website doen.