h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

Boek II, propositie 2.
       

Als je een lijnstuk a in twee stukken a1 en a2 deelt,
dan is de som van de rechthoeken a1a en a2a  gelijk aan het vierkant op lijnstuk  a

       
Dit is natuurlijk gewoon een speciaal geval van de vorige.

Teken het vierkant ABCD op AD    (I-46)

Teken FE door F parallel aan AB  (I-31)

Dan is het vierkant  aa de som van de rechthoeken  aa1 en aa2

       
 
       
Natuurlijk niets anders dan   aa1 + aa2  = a(a1 + a2) = a2 
       

h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)