1. examenvraagstuk VWO Wiskunde B, 1994.
       
 

       
  In de figuur hierboven zijn gedeelten van de grafieken getekend van de functies:
f   :  x    2cos2  en    g   :    1 + sin2x

Er zijn translaties waardoor de grafiek van f afgebeeld wordt op de grafiek van g

       
  a. Geef een voorbeeld van zo'n translatie en bewijs de juistheid van je antwoord.
       
  Er bestaat een p [0,π] met de eigenschap dat de functie  hp  :  x →  f(x + p) + g(x)  een constante functie is.
       
  b. Onderzoek voor welke waarde van p dit geldt en bewijs de juistheid van je antwoord.
     

p = 0,25π

       
2. Gegeven is met domein [0,2π] de functie als  g(x) = cosx + cos2x
       
  a. Bewijs dat deze functie dezelfde is f(x) = 2 Ľ (cosx + 1) Ľ (cos x - 1/2)
       
  b. Bereken algebra´sch de x-co÷rdinaten van de minima van  g. Geef je antwoorden in twee decimalen nauwkeurig.
     

(1.82, -1.13)
(4.46, -1.13)