© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

Gedachte-experimenten.
       
De zogenaamde "Gedachte-experimenten" zijn nauw verbonden met de bewijzen uit het ongerijmde.

Het gaat hier meest om natuurkundige dingen die bewezen worden (af en toe zelfs filosofische zaken). De experimenten beginnen bijna allemaal met STEL DAT... en dan volgt er een experiment dat eindigt met onmogelijke uitkomsten. Bij de bewijzen uit het ongerijmde zagen we al een voorbeeld: het Clootcrans-bewijs van Stevin.

Het allerberoemdste gedachte-experiment is dat van Gallileď.

Rond de tijd van Gallileď was het de algemene opvatting (nog afkomstig van de tirannie van Aristoteles) dat zware voorwerpen sneller vallen dan lichte voorwerpen. Het verhaal gaat dat Gallileď vanaf de toren van Pisa verschillende voorwerpen liet vallen om deze theorie te testen. Maar dat is waarschijnlijk nooit gebeurd. Gallileď had dat niet nodig ook; hij koos een veel mooiere methode: het gedachte-experiment.
       
Stel dat een zwaar object sneller valt dan een licht object (zoals Aristoteles beweerde). 
Wat zou er dan gebeuren als we een licht en een zwaar object aan elkaar binden?

Het zware object valt sneller en zal dus door het lichtere object tegengehouden worden. Dus de combinatie van beiden zal minder snel vallen dan het zware object alleen.

Maar de combinatie van beiden kun je ook zien als één nog zwaarder object, en dan zou het juist sneller moeten vallen!
AHA!  een tegenstrijdigheid. Daar heb je het bewijs uit het ongerijmde; we zijn op onzin uitgekomen.

De enige manier om deze onzin op te lossen is te stellen dat alle drie de objecten even snel vallen.

Q.E.D.

       
Nog meer beroemde gedachte-experimenten:
       
1. Maxwell's Duivel
2. Newton's Kanon.
3. Schrödinger's Kat.
       

© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)