OPGAVEN
1.
Schrijf zonder haakjes: 3
-
2
x
(4 +
x
)
2.
Schrijf zonder haakjes: 6
x
+ (
x
-
3)
2
OPLOSSING
1.
3
-
2
x
(4 +
x
) = 3
-
8
x
-
2
x
2
2.
6
x
+ (
x
-
3)
2
= 6
x
+ (
x
-
3)(
x
-
3) = 6
x
+
x
2
-
3
x
-
3
x
+ 9 =
x
2
+ 9
Haakjes.
Er zijn drie gevallen waarbij je haakjes moet kunnen wegwerken:
Kijk goed uit als er verder nog meer in de formule voorkomt.
Voorbeeld: 2
-
3(2
x
+ 8)
Nu hoort alleen de -3 bij de haakjes, en de 2 NIET
Dat geeft dus
2
-
3 · 2
x
-
3 · 8 = 2
-
6
x
-
24 = -6
x
-
22
En deze is ook verraderlijk: 5
-
(8
-
x
)
Nu staat er eigenlijk -1 voor de haakjes, dus dat geeft:
5
-
8
-
-
x
= 5
-
8 +
x = -
3
+
x