Dat
zijn vergelijkingen met een breuk erin (of zelfs meerder breuken)
De aanpak is eenvoudig:
Vermenigvuldig
elke term met de noemer.
Dan is
het een vergelijking zonder breuk geworden.
Uitgebreidere uitleg kun je vinden in de cursus algebra les
10
voorbeeld:
Los op 4/(2x + 2) + 3 = 4x Vermenigvuldig alles met (2x + 2), dat geeft:
4 + 3(2x + 2) = 4x(2x + 2)
en nou is het een vergelijking zonder breuk.
doe de rest zelf maar (er komt trouwens uit x = 1 en x =
-1,25 uit)