© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

       
1. a. minder dan 4000 was 73%
minder dan 3000 was 41%
daartussen ligt  32%
dat zijn 0,32 • 29 = 9 woningen
 
       
  b.
Gasverbruik per jaar in elk van de 21 woningen met muurisolatie.
nummer
aantal m3
cum. %
1
194
5%
2
351
10%
3
407
14%
4
452
19%
5
1308
24%
6
1351
29%
7
1369
33%
8
1380
38%
9
1432
43%
10
1650
48%
11
1803
52%
nummer
aantal m3
cum %
12
1954
57%
13
2288
62%
14
2761
67%
15
2850
71%
16
3409
76%
17
3744
81%
18
3912
86%
19
4164
90%
20
4782
95%
21
7051
100%
 
       
   

       
2.
klasse 230-240 240-250 250-260 260-270 270-280 280-290 290-300
frequentie 5 11 19 25 21 12 7

De klassenmiddens zijn 235, 245, 255, 265, 275, 285, 295
Dus het gemiddelde is  (235 • 5 + 245 • 11 + ... + 295 • 7)/100 = 266
("ongeveer" omdat de klassenmiddens zijn genomen)

       
3. a. Dat zijn de categorieλn C, D en E samen.
Die lopen van ongeveer 38 tot ongeveer 58%
Dat is dus 58 - 38 = 20%.
       
  b.
klasse A B C D E F G H I
klassenmidden 1 3 5 7 9 11 19 39 78
% 8 12 17 23 17 9 6 5 3

Het gemiddelde is dan ongeveer  (1• 8 + 3 • 12 + 5 • 17 + ... + 78 • 3)/100 ≈ 11 weken

       
  c. Van de lagere wachttijden zijn er veel, van de hogere steeds minder. Dus de cumulatieve polygoon loopt in het begin steil omhoog en vlakt daarna af.
Dat is zo bij figuur IV.
       
4. a. restaurant A:  90 - 80 = 10%  en restaurant B:  35 - 20 = 15%
Dus relatief het meest in restaurant B.
       
  b. Voor B geldt:
klassemidden 1 3 5 7 9 11 13
frequentie 5 5 10 15 25 25 15

Het gemiddelde is (1 • 5 + 3 • 5 + ... + 13 • 15)/100 = 8,70

       
  c. Er zijn vele mogelijkheden, maar ze moeten allemaal voldoen aan de volgende voorwaarden:

• begint pas bij 6. (later mag ook!)

• loopt door voorbij de 20, maar niet erg steil meer (in het vb hiernaast 5% meer dan 20: wat is 'af en toe'?)

• alsmaar stijgend (evt. horizontaal)

• beginnen bij 0, eindigen bij 100

Hiernaast staat een voorbeeld.

       
5. a. 1% per dag is 7% per week.
De grafiek moet dus over de breedte van 1 hokje meer dan 7% toenemen.
Dat is zo in de weken die beginnen met 26 sept, 3 okt, 10 okt, 17 okt en 24 okt.
De week beginnend met 19 sept is een grensgeval: slecht af te lezen.
       
  b. Uit het staafdiagram is (ongeveer) de volgende tabel af te lezen:
week 5-9 12-9 19-9 26-9 3-10 10-10 17-10 24-10 31-10 7-11 14-11 21-11 28-11
% 3 5 13 21 12 18 11 7 5 2 1 1 1
cumulatief 3 8 21 42 54 72 83 90 95 97 98 99 100
    De onderste rij geeft de grafiek hieronder
       
   

       
6. a. Het is II of III
A heeft in het begin  iets meer bolletjes, dus zal III zijn (loopt in het begin steiler), dus B = II

OF:
II eindigt hoger dus heeft meer waarnemingen en de dotplot van B heeft inderdaad meer bolletjes dan die van A.
       
  b. Q3 - Q1 = 37,9 - 36,6 = 1,3
36,6 - 1,5 • 1,3 = 34,65
37,9 + 1,5 • 1,3 = 39,85
Daarbuiten liggen nog 2 waarnemingen (aflezen uit de dotplot)
       
7. a. Je weet alleen de percentages en niet de absolute aantallen.
       
  b. Als klassen even vaak voorkomen dan moeten de cumulatieve frequentiepolygonen even steil lopen.
Dat is zo bij 9 - 9,5 uren slaap.
       
  c. Een klasse komt niet voor als de cumulatieve frequentiepolygoon horizontaal loopt.
Bij mannen is dat de klasse 9,5 - 10,0 uur
       
  d.
klasse 6,0-6,5 6,5-7,0 7,0-7,5 7,5-8,0 8,0-8,5 8,5-9,0 9,0-9,5 9,5-10,0
frequentie 10 20 10 5 35 5 15 0
       
    Invoeren in de lijsten van de GR (L1 de klassenmiddens, L2 de frequenties)
Stat-calc-1Var-stats geeft dan een gemiddelde van 7,8 
       
8. a.    
       
  b.    
       
  c.    
       
  d.    
       
9. a.    
       
  b.    
       
  c.    
       
  d    
       
  e.  
       
10. a.    
       
  b.    
       
11. a. Bij lezen neemt de grafiek het meest toe bij de lage lesgelden dus daar zijn er dan het meest van.
       
  b. Er waren 64 scholen, dus als alle vakken gegeven worden dan moet het totaal van alle scholen voor alle drie de polygonen gelijk zijn aan 64.
Dat is niet zo; de grafieken lopen aan de rechterkant niet allemaal naar 64.
Dus werden niet alle vakken op alle scholen gegeven.
       
  c. Als de grafiek horizontaal loopt dan komt er bij dat aantaal stuivers geen school bij, dus wordt dat aantal niet gevraagd.
Dat is zo bij  3, 5, 7, 11, 13, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22.
WEL betaald werden dus   4, 6, 8, 9, 10, 12, 14, 15 stuivers.
       

© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)