© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

       
1. In voorbeeld 3 is de onbekende p en die kan alle waarden tussen 0 en 1 aannemen (is continu)
In voorbeelden 1 en 2 zijn de onbekenden N en k en dat kunnen alleen gehele getallen zijn (discreet). Er is geen doorlopende grafiek maar er zijn alleen "losse stippen"
       
2. P(X = 0) = binompdf(4, X, 0) = 0,055
Y1 = binompdf(4, X, 0)  en Y2 = 0,055 en dan intersect geeft  p = 0,5157

op dezelfde manier:
Y1 = binompdf(4, X, 1)  en Y2 = 0,235 en dan intersect geeft  p = 0,5150  (of  p = 0,0740)
Y1 = binompdf(4, X, 2)  en Y2 = 0,374 en dan intersect geeft  p = 0,5183  (of p = 0,4817)
Y1 = binompdf(4, X, 3)  en Y2 = 0,265 en dan intersect geeft  p = 0,5154  (of p = 0,9127)
Y1 = binompdf(4, X, 4)  en Y2 = 0,070 en dan intersect geeft  p = 0,5143

Dat lijkt allemaal nogal op p = 0,515
       
3. n = 30
p = ?
P(X = 20) = 0,15
Y1 = binompdf(30, X, 20)
Y2 = 0,15
intersect geeft  p = 0,649  of  p = 0,684
       
4. N = n
p = 0,45
P(X = 0,4n) = binompdf(X, 0.45, 0.4X) = 0,07
Y1 = binompdf(X, 0.45, 0.4X)
Kijk bij TABLE wanneer dat ongeveer gelijk is aan 0,07
Dat geeft n = 65
       
5. Als het verschil tussen het aantal kop en het aantal munt gelijk is aan A, dan geldt  K - M = A (neem even aan dat er meer kop dan munt gegooid wordt, bij meer munt gaat het precies zo)
Maar ook is  K + M = 1000 dus  K = 1000 - M
invullen geeft  1000 - 2M = A dus  2M = 1000 - A dus  M = 500 - 0,5A
n = 1000
p = 0,5
P(500 - 0,5A) = binompdf(1000, 0.5, 500 - 0,5A) = 0,018
Y1 = binompdf(1000, 0.5, 500 - 0.5X)
Kijk bij TABLE wanneer dat ongeveer gelijk is aan 0,018.
Dat geeft  A =  26

OF:
Welk aantal keer Kop heeft kans 0,018?
binompdf(1000, 0.5, X) = 0,018 geeft  X = 487
Dat is dus 487 keer Kop en 513 keer Munt, dus een verschil van A = 26
       
6. a. n = 3
binompdf(3, X, 0) = 0,2  geeft  p = 0,415
Hoogste staaf:  binompdf(3, 0.415, 1) = 0,4261
       
  b. n = 6
binompdf(6, X, 2) = 0,2  geeft  p = 0,166
Hoogste staaf:  binompdf(6, 0.166, 1) = 0,4019
       
  c. n = 10
binompdf(10, X, 7) = 0,2 geeft  p = 0,801
Hoogste staaf:  binompdf(10, 0.801, 8) = 0,3020
       
7. a. P(minstens één sticker) = 1 - P(geen sticker)
n = 5
p = 0,12 (succes = een sticker)
P(X = 0) = binompdf(5, 0.12, 0) = 0,5277
P(minstens één sticker) = 1 - 0,5277 = 0,4723
       
  b. P(6 flesjes) = P(één sticker bij de eerste vijf) • P(geen sticker bij het zesde flesje)
= 0,5277 • 0,88 = 0,4644
       
  c. Als hij n flesjes koopt is de kans op geen sticker 0,88n
0,88n = 0,01  geeft  n = 36.
       
  d. n = ?
p = 0,12
P(X ≥ 1) = 1 - P(X = 0) > 0,999
Y1 = 1 - binompdf(X, 0.12, 0)
Kijk bij TABLE wanneer dat voor het eerst groter dan 0,999 is
Dat geeft  n = 55
       
  e. P(1) = 0,12
P(2) = 0,88 • 0,12
P(3) = 0,882 • 0,12
P(4) = 0,883 • 0,12
enz.

gemiddeld geeft dat  1 • 0,12 + 2 • 0,88 • 0,12 + 3 • 0,882 • 0,12 + 4 • 0,883 • 0,12 + ....
daar komt ongeveer 8,33 uit.

Dat kun je zó zien:
S        = 1 • 0,12 + 2 • 0,88 • 0,12 + 3 • 0,882 • 0,12 + 4 • 0,883 • 0,12 + ....
0,88S =                  1 • 0,88 • 0,12 + 2 • 0,882 • 0,12 + 3 • 0,883 • 0,12 +  4 • 0,884 • 0,12 + ....
trek die van elkaar af:
S - 0,88S =
0,12S           =  0,12 + 0,88 • 0,12 + 0,882 • 0,12 + 0,883 • 0,12 + ....
0,88 • 0,12S =  0,88 • 0,12 + 0,882 • 0,12 + 0,883 • 0,12 + ...
trek die weer van elkaar af:
0,12S - 0,88 • 0,12S = 0,12
S - 0,88S = 1
0,12S = 1
S = 1/0,12 = 81/3
       
8. a. n = 20
p = 1/6 (kans op zes)
P(X = 6) = binompdf(20, 1/6, 6) = 0,0647 = 6,47%
Dat is dus 8,53% groter
       
  b. n = 20
p = ?
P(X = 6) = binompdf(20, X, 6) = 0,15
Y1 = binompdf(20, X, 6)
Y2 = 0,15
Intersect geeft  p = 0,3746  of  p = 0,2319

in 10 worpen 3 zessen geeft dan:
Voor p = 0,3746 kans  binompdf(10, 0.3746, 3) = 0,236
Voor p = 0,2319 kans  binompdf(10, 0.2319, 3) = 0,236
       
  c. De kans op 6 zessen in 20 worpen is  binompdf(20, X, 6)
Y1 = binompdf(20, X, 6)
calc - maximum geeft  kans 0,1916  (voor p = 0,3)
       
       

© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)