h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

 
1. a. MG = 15,  met  σM = 3,8730
VG = 10, met σV = 3,1622
       
  b.
echtpaar inkomen man
M
inkomen vrouw
V
(M - MG)(V - VG)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
10
15
15
10
10
15
20
15
20
20
5
15
10
10
10
5
10
10
15
10
25
0
0
0
0
0
0
25
0
       
    Cov(MV) = (25 + 25)/10 = 5
       
  c. W = 0,6M + 0,8V
EW = 0,6 15 + 0,8 10 = 17
Var(W) = 0,62 (3,87302) + 0,82 (3,16222) + 2 0,6 0,8 5  ≈  16,60
σW = √16,60 ≈ 4,07
       
   
echtpaar inkomen man
M
inkomen vrouw
V
W
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
10
15
15
10
10
15
20
15
20
20
5
15
10
10
10
5
10
10
15
10
10
21
17
14
14
13
20
17
24
20
       
    W invoeren in de GR geeft ook σW = 4,07
       
2. EG = 0,5 (5,0 + 8,0) = 6,5
σG2 = 0,52 20 + 0,52 20 + 2 0,5 0,5 5 = 12,5  dus  σW = 3,54

W = 0,4 eerste + 0,6 tweede
EW = 0,4 5,0 + 0,6 8,0 = 6,8
 σW2 = 0,42 20 + 0,62 20 + 2 0,4 0,6 5 = 12,8  dus   σW = 3,58
       

h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)