ę h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

       
1. STAT-EDIT
L1 = randint(1, 6, 100)    de ogen van de eerste steen
L2 = randint(1, 6, 100)    de ogen van de tweede steen
L3 = randint(1, 6, 100)    de ogen van de derde steen
L4 = L1 * L2 * L3    met elkaar vermenigvuldigen
L5 = L4 (TEST) > 30   is het meer dan 30?
LIST-MATH- sum (L5)/100
       
2. a. STAT-EDIT
L1 = randint(1, 6, 100)    de ogen van de eerste steen
L2 = randint(1, 6, 100)    de ogen van de tweede steen
L3 = randint(1, 6, 100)    de ogen van de derde steen
L4 = L1 + L2    de eerste en tweede steen samen.
L5 = L4 (TEST) = L3   is het samen gelijk aan de derde steen?
LIST - MATH = sum(L5)/100
       
  b. STAT-EDIT
L1 = randint(1, 6, 100)    de ogen van de eerste steen
L2 = randint(1, 6, 100)    de ogen van de tweede steen
L3 = randint(1, 6, 100)    de ogen van de derde steen
L4  = min(L1, L2)  de laagste van de eerste twee
L5 = min(L4, L3)  de laagste van alle drie.
L6 = L5 (TEST) = 2   kijken of dat 2 is.
LIST - MATH = sum(L6)/100
       
3. STAT-EDIT
L1 = randint(1, 6, 100)    de ogen van de eerste steen van meneer
L2 = randint(1, 6, 100)    de ogen van de tweede steen van meneer
L3 = randint(1, 6, 100)    de ogen van de derde steen van meneer
L4 = L1 + L2 + L3  het totaal van meneer

L1 = randint(1, 6, 100)    de ogen van de eerste steen van mevrouw
L2 = randint(1, 6, 100)    de ogen van de tweede steen van mevrouw
L3 = L1 + L2   het totaal van mevrouw

L5 = L3 (test) > L4
LIST - MATH = sum(L5)/100
       
4. STAT-EDIT
L1 = randint(30, 100, 100)  het cijfer op het eerste proefwerk
L2 = randint(30, 54, 100)    het cijfer op het tweede proefwerk
L3 = randint(71, 100, 100)  het cijfer op het derde proefwerk.
L4 = (L1 + L2 + L3)/3    het gemiddelde
L5 = L4 (TEST) > 55
LIST - MATH = sum(L5)/100
       
5. STAT-EDIT
L1 = randint(0, 360, 100)    de eerste hoek in graden
L2 = randint(0, 360, 100)    de tweede hoek in graden
L3 = MATH-NUM-ABS(L1 - L2)   de hoek ertussen, positief genomen
L4 = (L3 (TEST) < 90) OR (L3 (TEST) >270)  is de hoek kleiner dan 90║?
LIST - MATH = sum(L4)/100
       
6. STAT-EDIT
L1 = randint(1,10,100)    123 = A wint, 45 = B wint, 678910 = remise
L2 = L1 (TEST) < 4    (A heeft gewonnen?)
L3 = L1(TEST) > 5      (remise?)
L4 = 2 * L1 + L3        (punten van A)
L5 =  LA (TEST) > 50   (heeft A meer dan 50?)
LIST - MATH = sum(L5)/100
       
7 L1 = randint (1,2,100)    ( portemonnee1:   1 = 5 euro, 2 = 10 euro)
L2 = randint (1,2,100)    ( portemonnee2:   1 = 5 euro, 2 = 10 euro)
L3 = randint (1,2,100)    ( portemonnee3:   1 = 5 euro, 2 = 10 euro)
L4 = randint (1,2,100)    ( portemonnee4:   1 = 5 euro, 2 = 10 euro)
L5 = randint (1,2,100)    ( portemonnee5:   1 = 5 euro, 2 = 10 euro)
L6 = 5 * (L1 + L2 + L3 + L4 + L5)    (totale geldbedrag 5 portemonnees)
L7 = L6 (TEST) = 35     (is het 35 euro?)
LIST - MATH = sum(L7)/100
       
8. STAT-EDIT
L1 = rand(100)    het tijdstip van de krant in uren met t = 0 om 6:00 uur
L2 = 0,5 + rand(100)   het tijdstip dat meneer weggaat in uren met t = 0 om 6:00 uur
L3 = L1 (TEST) < L2   is de krant er eerder dan meneer weggaat?
LIST - MATH = sum(L3)/100
       
9. L1 = 12 * rand(100)     (de x-co÷rdinaat van de eerste boom)
L2 = 12 * rand(100)     (de y-co÷rdinaat van de eerste boom)
L3 = 12 * rand(100)     (de x-co÷rdinaat van de tweede boom)
L4 = 12 * rand(100)     (de y-co÷rdinaat van de tweede boom)
L5 = √((L1 - L3)^2 + (L2 - L4)^2)      (Pythagoras voor de afstand)
LIST - MATH - mean(L5)     (de gemiddelde afstand)
       
10. L1 = 4 * rand(100)     (de x-co÷rdinaat)
L2 = 4 * rand(100)     (de y-co÷rdinaat)
L3 = L2 (TEST) < (4*L1 - L1^2)    (ligt het punt onder de grafiek?)
(LIST - MATH - sum(L3)/100) * 16    (kans dat het eronder ligt * oppervlakte hele schietschijf)
       
11. Leg er een rechthoek van 12 bij 8 omheen. Kies als oorsprong het middelpunt van die rechthoek (dus het punt midden tussen beide cirkels)
L1 = 12 Ľ rand(100) - 6    (x-co÷rdinaat)
L2 = 8 * rand(100) - 4      (y-co÷rdinaat)
L3 = √((-2 - L1)2 + L22)   (afstand punt tot middelpunt (-2, 0) van eerste cirkel)
L4 =  √((2 - L1)2 + L22)    (afstand punt tot middelpunt (2, 0) van tweede cirkel)
L5 =  (L3 TEST < 4) TEST logic AND (L4 TEST < 4)     (punt ligt binnen beide cirkels?).
(LIST - MATH - sum(L5)/100)  * 96     (kans dat het erbinnen ligt * oppervlakte hele schietschijf)
       

ę h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)