© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

       
1.

       
  I. diameter cirkel:  (22 + 32) = 13, dus straal  1/213
inhoud  π • (1/213)2 • 4 = 13π
       
  II. diameter cirkel:  (22 + 42) = 20, dus straal  1/220
inhoud  π • (1/220)2 • 3 = 15π
       
  III diameter cirkel:  (32 + 42) = 5, dus straal  21/2
inhoud  π • (21/2)2 • 2 = 121/2π
       
2. Een zeshoek bestaat uit zes gelijkzijdige driehoeken.
Zie het grondvlak van het kleine prisma hiernaast
h2 + 402 = 802  geeft  h = 4800
Oppervlakte zeshoek is dan  6 • 1/2 • 80 • 4800 = 16627,688
Inhoud prisma is dan 20 • 16627,688 = 332553,76  cm3 = 332,55 liter

Voor het grootste prisma geldt dan  h = (1502 - 752) = 16875
inhoud  6 • 1/2 • 150 • 16875 • 20 = 1169134,30 cm3 = 1169, 13 liter

Het kleinste prisma is  332,55/(332,55 + 1169,13) • 100% = 22% van de hele bak.

       
3. Voor de diagonaal D geldt:  D2 = x2 + x2  dus  D = x2
De straal van de kegel is dan 1/2x2
De hoogte van een kegel is  1/2D = 1/2x2
De inhoud van een kegel is dan 1/3π • (1/2x2)21/2x2 = 1/12πx32
De hele figuur bestaat uit twee kegels en heeft inhoud  1/6πx32
       
4.

       
  teken er zoals rechts een balk omheen. Daar moeten dan twee prisma's van af.

Hele balk:  90 • 45 • 30 = 121500
prisma EJF.HIG:  1/2 • 90 • 15 • 30 = 20250
prisma BKF.CLG:  1/2 • 10 • 45 • 30 = 6750

Dan blijft over  121500 - 20250 - 6750 = 94500 cm3  = 94,5 liter
       
5. Voor de hoogtelijn (h) van een driehoek uit het bovenaanzicht geldt  h2 = 122 - 62 = 108  dus  h = √108
De oppervlakte van zo'n driehoek is dan 0,5 • √108 • 12 = 62,3538...
De inhoud van een piramide is dan (1/3)•(62,3538...)•(28) = 581,9690....
De hele vaas heeft dan inhoud 6 • 581,9690... = 3491,8144....  cm3 = 3,4918.... liter
3 liter is daarvan  3/(3,4918...) ste deel  = 0,859...ste deel  is dus  86%. 
       
       
6. a. Pythagoras in driehoek ADS, met  AD = DS = x:
x2 + x2 = 72  ⇒  2x2 = 49  ⇒  x2 = 24,5  ⇒  x = √24,5
Dat is inderdaad ongeveer 4,95.
       
  b. Inhoud = oppervlakte grondvlak • hoogte.
Grondvlak = vierkant + vier rechthoeken + vier driehoeken.
Vierkant:  7 • 7 = 49
Rechthoeken:  4 • (7 • 4,95) = 138,6
Driehoeken:  4 • (0,5 • 4,95 • 4,95) = 49,005
Samen is dat 236,605
Hoogte is 4,3 dus de inhoud  236,605 • 4,3 ≈ 1017 cm3 
       
7. a. Buitenste cilinder:  straal is 6, dus inhoud is G • h  = π • 62 • 10 = 360π.
Binnenste cilinder:  straal is 2, dus inhoud is G • h = π • 22 • 10 = 40π.
Volume van het papier is dan 360π - 40π = 320π.  
       
  b. Het volume van het papier is dan 320π/2 = 160π.
Het volume van de binnenste cilinder is 40π.
Dus het volume van de buitenste cilinder is  160π + 40π = 200π.
πr2 • 10 = 200π ⇒  r2 = 20  r = 20.
       
8. Een cilinder heeft inhoud  πr2h = π • 2,52 • 10 = 62,5π
een balk eromheen heeft inhoud  5 • 5 • 10 = 250
De lege ruimte rondom een cilinder is dus  250 - 62,5π
Voor 4 cilinders geeft dat 4 • (250 - 62,5π) = 1000 - 250p = 214,60...

De inhoud van de hele doos is  30 • 25 • 5 = 3750
De lege ruimte is   214,60../3750 • 100% = 5,72%
De blokken zijn dus ongeveer 94 % van de hele doos. 
       
9. Noem de oppervlakte van het grondvlak G en noem de waterhoogte in de cilinder in de linkertekening x
 

De inhoud van het water is  1/3 • G (5 - x) + G • x
Dat is  G • (5/3 + 2/3x)

De totale inhoud van de container is  1/3 • G • (5 - x) + G(4 + x)
Dat is  G • (17/3 + 2/3x)

Het water is 1/3 van het totaal, dus  5/3 + 2/3x = 1/3(17/3 + 2/3x)
Dat geeft  x = 1/2 en de inhoud van het water is 2G

In de rechterfiguur  geldt dan dat de hoogte 2 is. 
       
10. De hoeveelheid water in het aquarium is  2 • 0,5 = 1 dm3
De hoeveelheid in de tussenruimte tussen beide aquaria in de eindsituatie is 1 • 0,7 = 0,7 dm3
De hoeveelheid water in aquarium II is dan 1 - 0,7 = 0,3 dm3
De hoogte dan 3 cm
       
11. Noem de breedte van de loper b.
De inhoud van de cilinder is π • 252b  = 1963,5b
De inhoud van de uitgerolde loper is  1 • b • L
Dus L = 1963,5 cm  ofwel ongeveer 19,6 meter.
       

© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)