h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

       
1. a. Een plat vlak wordt bepaald door drie punten  
       
  b. Een plat vlak wordt niet door een rechte lijn bepaald.  
       
  c. Een plat vlak wordt bepaald door een rechte lijn en een punt dat niet op  die lijn ligt.
       
2. a. GI en HK kruisen. punt H ligt niet in vlak GIK
     
  b. MO en AH zijn evenwijdig.
MO is evenwijdig aan BG dus ook aan AH
     
  c. AF en HM kruisen. Punt H ligt niet in vlak AFM
     
  d. BK en CI snijden, alle punten liggen in vlak BIJC
     
  e. GK en CE
Alle punten liggen in vlak AEKGC
Het hangt van de afmetingen af of GK en CE evenwijdig zijn of snijden.
     
  f. DO en CP snijden; vlak DPOC
     
  g EI en HK snijden:  vlak EHIJ
     
  h FP en BD kruisen. FP is niet evenwijdig aan FH dus ook niet aan BD.
     
  i. ON  en BJ  kruisen. B ligt niet in vlak FGJI
     
  j. AO en EK kruisen. K ligt niet in vlak AEO
     
  k EC en IG kruisen. I ligt niet in vlak EACG
     
  l. HF en CK kruisen. C ligt niet in vlak FKH.
       
3. a. onbepaald.

Het hangt van de hoogte van het dak af.

 

       
  b. evenwijdig.

bovenrand van geel is evenwijdig aan onderrand van groen
voorrand van geel is evenwijdig aan achterrand van groen
rechterrand van geel is evenwijdig aan linkerrand van groen.

       
  c. evenwijdig.

Als je het groene vlak groter maakt gaat het ook door de top T van de figuur.
De zijden TB en TA van het groene vlak zijn evenwijdig aan ED en EC van het gele vlak.
 

       
  d.

snijdend

Als de figuur eromheen een balk was geweest, dan waren de vlakken evenwijdig geweest.
Door die rechterkant hoger te maken verdraait het gele vlak wel, maar het groene niet.
Dus zijn de vlakken nu niet meer evenwijdig.

       
  e. evenwijdig

De lijnen in het grondvlak van de piramide zijn evenwijdig
De lijnen in het voorvlak van de piramide zijn evenwijdig.
 

       
  f. evenwijdig

De bovenranden van beide vlakken zijn evenwijdig.
Als je het groene vlak groter maakt zijn ook de onderranden van beide vlakken evenwijdig.

       
  g. snijdend.

De linkerrand van het gele vlak en de rechterrand van het groene vlak snijden elkaar ergens achter de piramide.

       
  h. evenwijdig

De rechterrand van het gele vlak is evenwijdig aan de linkerrand van het groene vlak.
De bovenrand van het gele vlak is evenwijdig aan de onderrand van het groene vlak.

       
  i. snijdend.

De beide onderranden van de getekende vlakken snijden elkaar.
 

       
       
       

h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)