© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

       
1. De omtrek is eerst 2πr
De omtrek is na het tussenvoegen van 1 meter gelijk aan  2πr + 1
Dat is gelijk aan 2π • (r + dr)  als dr de toename van de straal is.
2πr + 1 = 2π • (r + dr)
2πr + 1 = 2πr + 2πdr
1 = 2πdr
dr = 1/2π  en dat is dus altijd hetzelfde.
       
2. a. twee rode halve cirkels:  2π • 3 = 6π
twee rechte blauwe stukken van 30 cm
samen  60 + 6π
       
  b. vier halve rode cirkeldelen:  2π • 3 = 6π
2 blauwe stukken van 12 cm:  24 cm
2 blauwe stukken van 6 cm:  12 cm
samen 36 + 6π

       
  c. drie rode stukken van 1/3 cirkel samen 6π
3 blauwe stukken van 12 cm:  36 cm
samen 36 + 6π

       
  d. twee rode stukken van 1/3 cirkel( rechtsboven en linksonder), en twee rode stukken van 1/6 cirkel (rechtsonder en linksboven):  6π
twee blauwe stukken van 12:  24 cm
twee blauwe stukken van 6:  12 cm
samen 36 + 6π

       
  e. twee rode stukken van 1/4 cirkel  (links)
3 rode stukken van 1/6 cirkel (rechts)  geeft samen 6π
4 blauwe stukken van 6 cm:  24 cm

Voor dat ene blauwe stuk links moet je de hoogte van een gelijkzijdige driehoek met zijden 2r berekenen (zie de figuur uiterst rechts)
h2 = r2 - (0,5r)2  = 3/4r2  dus  h = 1/2r3
Dat blauwe stuk links heeft dan lengte h + 2r = 1/2r3 + 2r

Samen geeft dat 30 + 6π + 11/2

       
  f. twee rode stukken links en rechts:  2 • 1/3 cirkel dus 4π
vier rode stukken boven en onder van 1/1/12 cirkel  geeft 2π

6 blauwe stukken van 6 cm geeft 36 cm.
samen is dat  36 + 6π

       
opmerking:  omdat alle rode stukken in de figuren elke keer precies één draaiing over 360º weergeven (de band gaat één keer rond) zijn die stukken steeds samen één cirkel, dus 6π. Als   je je dat bedenkt gaat het allemaal wat sneller.
       
3. steeds 1 meter vanaf Q geeft een cirkel met middelpunt Q en straal 1.
steeds 1 meter vanaf R geeft een cirkel met straal 1 en middelpunt R.
Het jongetje moet de rode route hiernaast lopen.

De twee kwartcirkels hebben samen lengte 2 • 1/4 • 2π • 1 = π
het rechte verbindingsdeel heeft lengte 1
samen is dat π + 1.
       
4. a. Pythagoras in ΔMBC geeft  MC = √(42+42) = √32
De hele cirkel heeft omtrek  2πr = 2π•√32  dus  CD = 0.25 •2π•√32  = 8,89 m ofwel 889 cm.
       
  b. Teken ΔMEF en noem G het midden van EF. Dan is MG = 5 m
ME is de straal van de cirkel dus ME = √32
Pythagoras geeft  EG = √(32 - 25) = √7 = 5,29 m ofwel 529 cm.
       
5. a. eerste route heeft lengte  2 • 40 = 80 meter
tweede route is 150/360 = 5/12 deel van een cirkel
de route is dan 5/12 • 2 • π • 40 = 331/3π = 104,72 meter
Dat scheelt  24,72 meter en dat is  24,72/80 • 100% = 31% langer
       
  b. Stel dat het cirkelstuk PQ een xe deel van de hele cirkel is.
De tweede route is 80 meter als  x • 2 • π • 40 = 80
dan is x = 1/π  dus dan is de hoek  360/π = 114,6º
Voor hoeken kleiner dan 114,6º is de route langs de rand korter.
       
6. a. Omtrek van de hele cirkel om Mars: 
2p • 78000000 ≈ 490.000.000 km
Afstand Aarde - Maan:  385.000 km

Dat is dan   385000/490.088.454  =  0,00078ste deel
     
  b. 1 minuut is  1/(360 • 60) = 0,000046ste deel
Dus dat is  0,00078/0,000046 ≈ 17 minuten
Dus JA:  het is mogelijk dat een astronaut op Mars de Aarde en de Maan met het blote oog onderscheidt.
       
7. De omtrek is 2π, en de cirkel draait dus 5,5 keer rond.
Dat is hetzelfde als 0,5 keer, dus dat is  plaatje C.
       
8. de helft van een cirkel met straal 2 heeft lengte 2π
twee zulke stukken samen dus 4π
een kwart van een cirkel met straal 4 heeft lengte 2π

Een gebied heeft dus omtrek 6π
       
9. De baan bestaat uit 6 (rode) rechte stukken van 1 cm plus 6 cirkeldelen van elk 60º. Die cirkeldelen zijn dus precies de omtrek van een cirkel met straal 0,5, dus samen gelijk aan π.

De totale baan heeft dan lengte 6 + π

       
10. De uurwijzer legt 90º af , dus een kwart van een cirkel met omtrek 8π. Dat is 2π cm
De minutenwijzer draait 3 cirkels met straal 8 cm en omtrek 16π.  Dat is 48π
De verhouding is 1 : 24
       

© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)