© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

       
1. Zie hiernaast. Er zijn 4 knooppunten en 3 lussen
Dat geeft de vergelijkingen;

K1:  I1 - I3 - I2 = 0
K2:  I3 - I5 - I4 = 0
K3:  I2 + I5 - I6 = 0
K4:  I6 + I4 - I7 = 0
L1:  2I2 - 2I5 - 2I3 = 0
L2:  2I3 + 2I4 + 10 + 2I1 = 0
L3:  2I5 - 2I4 = 0
  De laatste vergelijking geeft  I4 = I5, dus kan overal I4 door I5 worden vervangen:
(verder kunnen alle 2-en ook weggedeeld worden)
    K1:  I1 - I3 - I2 = 0
K2:  I3 - I5 - I5 = 0  ⇒  I3 - 2I5 = 0
K3:  I2 + I5 - I6 = 0
K4:  I6 + I5 - I7 = 0
L1:  I2 - I5 - I3 = 0
L2:  I3 + I5 + 5 + I1 = 0
L3:  I5 = I4
 
       
  De tweede vergelijking geeft I3 = 2I5, dus kan overal I3 vervangen worden:
    K1:  I1 - 2I5 - I2 = 0
K2:  I3 = 2I5
K3:  I2 + I5 - I6 = 0
K4:  I6 + I5 - I7 = 0
L1:  I2 - I5 - 2I5 = 0  ⇒ I2 - 3I5 = 0
L2:  2I5 + I5 + 5 + I1 = 0  ⇒  3I5 + 5 + I1 = 0
 
       
  De vijfde vergelijking geeft I2 = 3I5 dus kan overal I2 vervangen worden:
       
    K1:  I1 - 2I5 - 3I5 = 0 ⇒  I1 - 5I5 = 0
K3:  3I5 + I5 - I6 = 0   ⇒  4I5 - I6 = 0
K4:  I6 + I5 - I7 = 0
L1:  I2 = 3I5
L2:  3I5 + 5 + I1 = 0
 
       
  De eerste vergelijking geeft I1 = 5I5 dus kan overal I1 vervangen worden:
    K1:  I1 = 5I5
K3:  4I5 - I6 = 0
K4:  I6 + I5 - I7 = 0
L2:  3I5 + 5 + 5I5 = 0  ⇒  8I5 + 5 = 0
 
       
  de laatste vergelijking geeft direct I5 = -5/8
Dan geeft de tweede vergelijking  I6 = 4I5 = -20/8
Dan geeft de derde vergelijking  I7 = I5 + I6 = -25/8
Verder is uit eerdere vergelijkingen:  I1 = 5I5 = -25/8 
    I1 = 5I5 = -25/8
I2 = 3I5 = -15/8
I3 = 2I5 = -10/8
I4 = I5 = -5/8
 
       
  Daarmee zijn alle stromen gevonden
       
2. Zie hiernaast.
Er zijn 2 knooppunten en 2 lussen.

K1:   I1 - I2 - I3 = 0
K2:   I2 + I3 - I4 = 0
L1:   I3R2 + V = 0
L2:   I2R1 - I3R2 = 0

  De eerste vergelijking geeft  I1 = I2 + I3, maar die heb je verder ergens voor nodig.
De tweede vergelijking geeft  I4 = I2 + I3 en die is verder ook niet nodig.
Dan blijft over:
    L1:   I3R2 + V = 0
L2:   I2R1 - I3R2 = 0
 
       
  De eerste geeft direct  I3 = -V/R2
De tweede geeft dan   I2R1 + V/R2 • R2 = 0 ⇒  I2R1 = -V  ⇒  I2 = -V/R1 
Daarmee zijn alle stromen bepaald.

nu geldt  I1 = I2 + I3 = -V/R1  - V/R2  = -V(1/R1 + 1/R2)
het minteken zegt niets over de grootte van de stroom dus dat kun je wel weglaten.
Als R de vervangingsweerstand is, dan is  V = I1 • R  (immers I1 is de stroom in de "hoofddraad")
I1 = V/R = V(1/R1 + 1/R2)  geeft dan   1/R1/R1 + 1/R2 = R2/R•R2 + R1/R1•R2 = (R2 + R1)/R2•R1 
Dus R = R2•R1/(R2 + R1)
       
   
       

© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)