h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

       
1. a. De oppervlakte is maximaal als het verliespercentage zo klein mogelijk is, en dat is 5%.
Dan geldt  2,5 = 10 A 70/35 (100 -5 )  ofwel  2,5 = 700A/3325  dus  700A = 2,5 3325 = 8312,5
Dus A = 8312,5/700 = 11,875 m2 
       
  b. 10 A 60 = 15 67 (100 - p)
⇒ 600A = 1005(100 - p) = 100500 - 1005p
⇒  A = 100500/600 - 1005/600 p
⇒  A = 167,5 - 1,675p
Dat betekent dat a = -1,675  en b = 167,5
       
2. a. Invullen:   100 = 0,04   V   12 6
100 = 2,88V
V = 34,72
dan krijgt de volwassene 34,72 68 = 2300 mg per dag.
       
  b. Ze krijgen evenveel als  0,04 (L + 1) = 1
Dan is L + 1 =  1/0,04 = 25
L = 24 jaar.
       
3. a. W = 94 en L = 36 geeft:   36 = 0,008 S + 1200/94
36 = 0,008S + 12,77
23,23 = 0,008S
S = 2904,26
       
  b. Lees een punt af, bijv  S = 0, T = 40
40 = 0,008 0 + 1200/W
1200/W = 40
W = 1200/40 = 30
       
  c. T = 0,008 50W + 1200/W
Plot deze grafiek en je ziet dat hij overal boven de lijn y = 40 ligt.
       
4. a. E1 = 3 15 - 60/(2 + 2 1) = 30 min
E2 = 3 15 - 60/(2 + 2 1,5) = 33 min
Dat scheelt 3 minuten en dat is 10%
       
  b. 23 = 3 15 - 60/(2 + 2S)
23 = 45 - 60/(2 + 2S)
60/(2 + 2S) = 22
2 + 2S = 60/22 = 2,73
S = 0,36 meter
       
  c. De lijn gaat door bijv.  S = 3, E = 30
30 = 3 L - 60/(2 + 2 3)
30 = 3L - 7,5
3L = 37,5
L = 12,5
       
  d. Zie hiernaast.

Ongeveer2,7 meter.
     
  e. E = 3L - 60/(2 + 2 1.5)
E = 3L - 12
       
       

h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)