© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

1. de oppervlakte was  40 dm bij 140 dm en dat is 5600 dm2
de inhoud was 100 liter en dat is 1100 dm3
dus  5600 · dikte = 1100
dan is de dikte gelijk aan 1100/5600 = 0,196 dm  (19,6 cm dik)
       
2. de oppervlakte is 24 m2
de hoogte is 0,7 m
de inhoud is dan 0,7 · 24 = 16,8 m3
dat is  16800 liter
       
3. de oppervlakte is 127 · 67 = 8509 mm2
de inhoud is  0,15 liter en dat is  150000 mm3
de hoogte van alle stapeltje samen is dan  150000/8509 = 17,6 mm
dat zijn 160 biljetten dus 1 biljet heeft dikte  17,6/160 = 0,11 mm
       
4. de oppervlakte is 40 · 60 = 2400 cm2
het hoogteverschil is 2 cm
de extra inhoud is dan  2 · 2400 = 4800 cm3
dat zijn 12 kopjes, dus 1 kopje heeft inhoud  4800/12 = 400 cm3
       

© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)