h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

 
1. Bereken steeds  Δy/Δx van twee opeenvolgende waarden:
       
1a.
x 0,6 2,6 7,2 9,4 11,8 15,8
y 12,81 14,51 18,42 20,29 22,33 15,73
Δy/Δx - -8,2/2,0 = 4,1 3,91/4,6 = 0,85      

Die zijn al niet gelijk dus dit is geen lineaire tabel.

       
1b.
x -4,9 -2,8 -0,1 2,7 5,8 8,9
y -72,27 -48,64 -12,83 5,06 37,94 42,87
Δy/Δx - 23,63/2,1 = 11,25 17,89/2,8 6,38      

Die zijn al niet gelijk dus dit is geen lineaire tabel.

       
1c.
x -4,7 -1,5 6,4 12,5 14,6 19,3
y 22,22 13,90 -6,64 -22,50 -27,96 -40,18
Δy/Δx - -8,32/3,2 = -2,6 -20,54/7,9 = -2,6 -15,86/6,1 = -2,6 -5,46/2,1 = -2,6 -12,22/4,7 = -2,6

Allemaal gelijk dus een lineaire tabel.
De formule is  y = -2,6 x + b
vul bijv. y = 22,22 en  x
= -5,7 in:   22,22 = -2,6 -4,7 + b
22,22 = 12,22 + b
b
= 10
De formule is  y = -2,6 x + 10

       
2. Bereken steeds  Δy/Δx van twee opeenvolgende waarden:
       
 
gewichtsklasse  Olympische record "totaal" Δy/Δx
56 kg 307 kg -
69 kg 357 kg 50/13 = 3,85
85 kg 396 kg 39/16 =2,44

Dat is niet gelijk dus dit kan geen lineaire tabel zijn.

       
3. Δy/Δx (10 - 1)/(60 - 15) = 9/45 = 0,2

Bij 48 vragen goed is  Δx =  48 - 15 = 33
dus Δy/33 = 0,2
dan is  Δy = 6,6
de persoon heeft een  1 + 6,6 = 7,6

       

h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)