© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

 
1 a. 12B + 4G = 3,00
8B + 6G = 3,20
 
       
  b. de eerste lijn gaat bijv. door (0.25, 0) en (0, 0.75)
de tweede lijn gaat bijv. door (0.4, 0) en (0.1, 0.4)

dat geeft de lijnen hiernaast.

12B + 4G = 3
4G = 3 - 12B
G
= 0,75 - 3B

8B + 6G = 3,2
6G = 3,2 - 8B
G
= 0,533... -  4/3B  

gelijkstellen:

    0,75 - 3B = 0,533... - 4/3B  
1,66...B = 0,21666...
B = 0,13
dan is G = 0,75 - 3 ∑ 0,13 = 0,36
 
       
2. a. 0,65M + 0,52B = 53,30  kosten
390M +  650B = 45500  calorieŽn
       
  b. 390M + 650B = 45500
390M = 45500 - 650B
M
= 116,666 - 1,666B

0,65M + 0,52B = 53,30 
0,65M = 53,30 - 0,52B
M
= 82 - 0,8B

116,666 - 1,666B = 82 - 0,8B
34,666 = 0,8666B
B = 40

dan is M = 82 - 0,8 ∑ 40 = 50
       
3. Het aantal zwarte ballen is 8 groter dan de helft van het aantal witten.
Betekent Z = 0,5W + 8

Er zijn 20 meer witte dan zwarte ballen.
Betekent W = Z + 20  ofwel  Z = W - 20

Gelijkstellen:  0,5W + 8 = W - 20
28 = 0,5W
W = 56

Dan is Z = 56 - 20 = 36
       
       

© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)