h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

Meer opgaven
       
       
1. Maak van de volgende tabel een cirkeldiagram.
Hier staan de aantallen (percentages) mensen die een bepaalde haarkleur hebben.
       
 
haarkleur blond zwart rood bruin overig
aantal 15% 18% 6% 37% 24%
       
2. De deelnemers aan een hardloopwedstrijd hebben zich ingeschreven voor de afstanden 5 km of 10 km of 15 km.
In het cirkeldiagram hiernaast zie je hoe de aantallen lopers verdeeld waren over de drie afstanden,

     
  a. Hoeveel procent van de deelnemers liep 15 km?
  In totaal waren er 346 lopers die 10 km liepen.
     
  b. Hoeveel 5 km lopers waren er?
     
  Van de 5 km lopers was 41% vrouw en 59% man
       
  c. Geef deze twee gebieden aan in het cirkeldiagram hierboven.
       
3. Het kan zijn dat je in n figuur graag meerdere cirkeldiagrammen wilt maken. Als elk cirkeldiagram een bepaalde "groep" voorstelt, dan wil je natuurlijk wl dat de oppervlakten van die dagrammen ook overeenkomen met de grootte van die "groepen".

Neem bijvoorbeeld de twee cirkeldiagrammen hiernaast. Daarin staat de verdeling van de verschillende onderwijsrichtingen voor twee scholengemeenschappen: RSG de Hanze en Het Hoogland College
Maar omdat de Hanze veel meer leerlingen (1540 miljoen) heeft dan Het Hoogland College (646) is dat diagram natuurlijk veel groter getekend.

       
  De oppervlakte van een cirkel is gelijk aan  π r2 waarbij r de straal is.

Laat zien dat de groottes van de oppervlaktes van de twee cirkeldiagrammen kloppen met de totale aantallen leerlingen van De Hanze en Het Hoogland College.
       
     
       
     

h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)