|
© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)
|
|
Meer opgaven |
 |
 |
| |
|
|
|
| Bij al de volgende opgaven
hoef je er geen rekening mee te houden dat aantallen gehele
getallen moeten zijn. |
| |
|
|
|
 |
Onder de bevolking (10000 mensen)
van een eiland is een merkwaardige ziekte uitgebroken die zich
kenmerkt door de volgende gegevens: |
| |
• |
Elke week wordt 20% van de gezonde
mensen ziek, de rest blijft gezond. |
| |
• |
Van de zieke mensen geneest in een
week 30% en blijft 70% ziek. |
| |
|
|
|
| |
a. |
Stel een stelsel
differentievergelijkingen op dat de aantallen zieken (Z) en
gezonden (G) beschrijft. |
| |
|
|
|
| |
b. |
Als nu van de bevolking 1000 mensen
ziek is en 9000 gezond, hoe zal dat dan over 8 weken zijn? |
| |
|
|
|
| |
c. |
Hoe zal de evenwichtssituatie van
deze 10000 mensen worden? |
| |
|
|
|
| |
d. |
Stel een directe formule op voor G(t)
als G0 = 9000 |
| |
|
|
|
 |
Van een zware tweejarige
particuliere opleiding zijn de volgende gegevens bekend: |
| |
• |
60% van de eerstejaars gaat over
naar het tweede jaar, 20% gaat het eerste jaar overdoen en 20%
verdwijnt van de opleiding |
| |
• |
Van de tweedejaars haalt 70%
het diploma, 20% gaat het tweede jaar overdoen en 10% verdwijnt
van de opleiding |
| |
• |
In totaal is er plaats voor
in totaal 1400
studenten over beide jaren, dus elk jaar neemt men zoveel nieuwe eerstejaars aan
als er plek is (er is altijd een wachtlijst). |
| |
|
|
|
| |
Voor het aantal eerstejaars(E) en
het aantal tweedejaars (T) studenten gelden dan de volgende
vergelijkingen: |
| |
|
|
|
| |
Et = 1400 - 0,2Tt
- 1
- 0,6Et
- 1
Tt = 0,2Tt
- 1 +
0,6Et - 1 |
|
| |
|
|
|
| |
a. |
Toon aan dat deze vergelijkingen gelden. |
| |
|
|
|
| |
Op dit moment zijn er 1200
eerstejaars en 200 tweedejaars. |
| |
|
|
|
| |
b. |
Onderzoek hoe de situatie over 6 jaar zal zijn |
| |
|
|
|
| |
c. |
Bereken algebraïsch hoe de evenwichtssituatie
zal zijn. |
| |
|
|
|
| |
d. |
Stel een derde
differentievergelijking op voor het totaal aantal afgestudeerden
vanaf nu
(met een diploma) dat deze opleiding in totaal zal hebben afgeleverd,
en bepaal met je GR wanneer dat voor het eerst meer dan 3000 zal
zijn |
| |
|
|
|
 |
De driedagsvlieg is een
insect dat drie dagen leeft. We beschouwen van een populatie
vliegen daarom ééndagige vliegen (E) tweedagige vliegen
(T) en driedagige vliegen (D)
De volgende gegevens zijn bekend: |
| |
• |
elke tweedagige brengt gemiddeld één
jong voort. |
| |
• |
elke driedagige brengt gemiddeld 0,6
jong voort. |
|
|
• |
ééndagigen hebben 50% kans om de dag
te overleven en tweedagige te worden |
|
|
• |
tweedagigen hebben 40% kans om de
dag te overleven en driedagige te worden. |
|
|
|
|
|
|
|
Op dit moment (dag 0) zijn er
van elke soort 2000 exemplaren |
|
|
|
|
|
|
|
a. |
Stel een stelsel van drie
recursievergelijkingen op en onderzoek met je GR hoe de
aantallen over 10 dagen zullen zijn. |
|
|
|
|
|
|
|
Zoals je bij a) hebt gezien sterft
de populatie uit. Door het aantal jongen van 0,6 hoger te maken
kun je ervoor zorgen dat de populatie niet uitsterft. |
|
|
|
|
|
|
|
b. |
Onderzoek hoe groot (één decimaal
nauwkeurig) het aantal jongen dat een driejarige gemiddeld
voortbrengt moet worden om ervoor te zorgen dat de
vliegenpopulatie niet uitsterft. |
|
|
|
|
|
 |
Een reclamebureau
onderzoekt welke soort cola er gedronken wordt door een grote
testgroep van 3500 consumenten. Men kijkt gedurende langere
tijd naar het gebruik van de soorten Coca-Cola en Pepsi Cola, en
komt tot het volgende model:
C(t) = 0,85C(t – 1) + 0,12P(t
-
1)
P(t) = 0,10C(t
- 1) + 0,82P(t
-
1)
C is het
aantal Coca-Cola drinkers, P het aantal Pepsi-Cola drinkers en t
de tijd in maanden.
In het begin geldt C(0) = 1200 en P(0) = 1800
Voor deze opgave hoef je er geen rekening mee te houden dat het
aantal mensen geheel moet zijn.
Het aantal mensen dat geen van deze twee merken drinkt neemt in
de loop van de tijd toe. |
| |
|
|
|
| |
a. |
Leg uit hoe je dat
direct aan deze vergelijkingen kunt zien. |
|
|
|
|
|
|
|
b. |
Bereken na hoeveel
maanden het aantal mensen dat geen van beide merken drinkt voor het
eerst meer dan 80% van de groep is. |
|
|
|
|
|
|
|
c, |
Schets de grafiek met C op de x-as en P op de y-as
voor de maanden 0 tm 100. |
| |
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
| 5. |
VN secretaris Generaal Ban Ki-Moon
had het een aantal jaar geleden niet makkelijk om de twee
aartsvijanden Bush (de president van Amerika) en Talabani (de
president van Irak) dichter tot elkaar te brengen. Maar na lang
piekeren had hij, met zijn kennis van gekoppelde
differentievergelijkingen een oplossing gevonden. Het gaat naar
Talabani en Bush met het volgende voorstel: |
| |
|
|
|
| |
Irak brengt elk jaar de uitgaven
aan defensie terug tot 60% van de uitgaven van het jaar ervoor
(dus vermindering van 40%). Maar om Amerika aan te moedigen ook
te ontwapenen mag Irak vervolgens de uitgaven weer vermeerderen
met 45% van het budget van Amerika het jaar ervoor. Amerika zal
hetzelfde doen met de percentages 55% (overhouden van eigen
budget) en 40% (van het budget van Irak erbij) |
| |
|
|
|
| |
Op dit moment geldt A0
= 2500 en I0 = 500 |
| |
|
|
|
| |
a. |
Stel een stelsel
differentievergelijkingen op die dit systeem beschrijven. Leg
daarna duidelijk uit hoe je aan dit stelsel kunt zien dat het
hier een gesloten systeem betreft, en bereken de
evenwichtswaarden. |
| |
|
|
|
| |
Natuurlijk gingen Talabani en Bush
niet direct akkoord. Na lang onderhandelen werd besloten tot het
volgende stelsel vergelijkingen: |
| |
An = 0,7An
- 1
+ 0,6In - 1
In = 0,4In
- 1 +
0,3An - 1 + 100
met A0 = 2500 en I0 =
500 |
|
| |
|
|
|
| |
A = budget van Amerika, I = budget
van Iran en alle bedragen zijn in miljoenen. |
| |
|
|
|
| |
b. |
Hoe groot zullen de uitgaven van Amerika en Irak
op n = 10 zijn? |
| |
|
|
|
| |
c. |
Onderzoek of er een
evenwichtssituatie zal ontstaan. Doe dat zowel met je GR als
algebraïsch. |
| |
|
|
|
| |
Voor de wereldvrede zou het echter
veel beter zijn om het volgende systeem te gebruiken: |
| |
|
|
|
| |
An = 0,57An
-1
+ 0,76In - 1
In = 0,19In
- 1
+ 0,38An - 1
met A0 = 2500 en I0 =
500 |
|
| |
|
|
|
| |
Met deze vergelijkingen zal het
totale wapenbudget van beide landen samen (A + I) elk jaar met
5% afnemen. |
| |
|
|
|
| |
d. |
Toon dat algebraïsch aan. |
| |
|
|
|
| |
|
|
 |
|
© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)
|