© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

Meer opgaven  
       
Gegeven is het prooi-roofdier model:
 
P(t) = 1,02Pt - 1 - 0,00013 • Pt - 1 • Rt - 1
R(t) = 0,85 • Rt - 1 + 0,0005Pt - 1 • Rt - 1
       
  Verder is bekend dat  P(0) = 400 en R(0) = 100. t is de tijd in maanden.
       
  a. Bereken de aantallen prooidieren en roofdieren  op t = 10  
       
  b. Na hoeveel maanden is het aantal roofdieren voor het eerst maximaal?
       
  c. Na hoeveel maanden zijn de aantallen prooidieren en roofdieren ongeveer gelijk?
       
  d. Wat zijn de evenwichtswaarden van P en R?  
       
Gegeven is het prooi-roofdier model:
 
P(t) = 1,2Pt - 1 - 0,001 • Pt - 1 • Rt - 1
R(t) = a • Rt - 1 + 0,0002Pt - 1 • Rt - 1
       
  Verder is bekend dat  P(0) = 600 en R(0) = 200. t is de tijd in maanden.
       
  a. Bereken a als R(2) = 208.
       
  b. Neem a = 0,93 en bereken wanneer het aantal roofdieren voor het eerst minder is dan 200.
       
  c. Bereken a als de evenwichtswaarde voor het aantal  prooidieren gelijk is aan 750
       
Gegeven is het prooi-roofdier model:
 
P(t) = 1,1Pt - 1 - 0,0005 • Pt - 1 • Rt - 1
R(t) = 0,85 • Rt - 1 + 0,0003Pt - 1 • Rt - 1
       
  a. Neem  P(0) = 500 en  R(0) = 200
Verklaar het verloop van de aantallen roofdieren en prooidieren.
       
  b. Neem P(0) = 500 en R(0) = 100
Bereken wanneer het totaal aantal dieren (prooidieren én roofdieren) voor het eerst meer dan 1000 is.
       
MEER OPGAVEN
       
4. Leg uit welk effect het toenemen van de vruchtbaarheid van prooidieren heeft op de evenwichtswaarden van P en R.
       
     

© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)