© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

Statistisch onderzoek.
       
Een beetje fatsoenlijk statistisch onderzoek verloopt altijd in vier etappes.

Het begint allemaal met een onderzoeksvraag, ofwel:  "Wat willen we met dit onderzoek ontdekken?"
Daarop volgt het verzamelen van gegevens die nodig zijn om die vraag te beantwoorden.
Vervolgens gaan we die gegevens analyseren, en tenslotte trekken we conclusies uit onze analyses.
Na die conclusies kunnen weer nieuwe vragen zijn opgedoken, waardoor het hele stappenplan opnieuw kan beginnen.

Daarom spreken we van de statistische cyclus. 
Laten we de 4 stappen van die cyclus even één voor één bekijken:

       
STAP 1:  de onderzoeksvraag.

In deze fase stellen we meestal een hoofdvraag, en daarnaast worden vaak deelvragen gesteld die nodig zijn voor het beantwoorden van de hoofdvraag.
Bovendien wordt er alvast nagedacht over wat de variabelen van het onderzoek worden (dat zijn de "dingen" die we willen gaan meten of opzoeken, en hoe we die gegevens gaan verzamelen).
Zo'n onderzoeksvraag moet wel aan een aantal voorwaarden voldoen:
       
1.  De vraag moet enkelvoudig zijn.
Hij mag niet stiekem uit meerdere vragen bestaan
  FOUT:  
     
2. De vraag moet nieuw zijn.
Het heeft geen zin iets te vragen wat iedereen al weet.
  FOUT:  
     
3. De vraag moet duidelijk geformuleerd zijn
Er mogen geen vage woorden in staan.
  FOUT: "Hoeveel 
     
4 De vraag mag geen vooroordelen bevatten
  FOUT:  
       
STAP 2:  gegevens verzamelen.

Gegevens kun je natuurlijk verzamelen door zelf "op pad" te gaan en interviews of een enquête te gaan houden aan de hand van een steekproef. Je kunt ook veel gegevens uit bestaande bestanden halen.  Op de website van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) staan erg veel gegevens over Nederland.  (http://www.cbs.nl)
Je zou zelfs al je gegevens uit bestaande bronnen kunnen halen. In zo'n geval spreken we van een literatuuronderzoek.

Het is vaak handig om van tevoren al te weten hoe je de gegevens later wilt verwerken omdat dat kan bepalen hoe je je vragen gaat inrichten.

Voorbeeld
Bij een onderzoek naar de smaak van soorten cola kun je een aantal proefpersonen cola laten waarderen. Je kunt dan deze twee soorten vragen stellen:
1.   Vind je deze cola:     ο  niet lekker
                                  ο  neutraal
                                  ο  lekker
2 Geef een cijfer voor de smaak:  1-2-3-4-5-6-7-8-9-10

In het tweede geval kun je berekeningen met cijfer gaan maken  (gemiddelde, standaardafwijking enz.)  Wat je met de antwoorden wilt gaan doen bepaalt voor ene deel hoe je je enquête inricht 

STAP 3.  gegevens analyseren.

In deze stap zul je veel gebruik maken van de wiskundige manieren om gegevens te beoordelen. Ik denk daarbij aan dingen als centrummaten, spreidingsmaten en ook verschillende diagrammen om iets duidelijk te maken (EXCEL!!)

STAP 4.  conclusies trekken.

In deze fase worden het volgende  soort vragen beantwoord:
- Kun je uit de analyse van je gegevens conclusies trekken, of zijn er nog meer gegevens voor nodig?
- Hoe betrouwbaar zijn de conclusies?
- Is er sprake van een causaal verband of niet?

Je zou je statistisch onderzoek eventueel af kunnen sluiten met aanbevelingen voor een vervolgonderzoek.

       
       
 
       
                                       
       
  OPGAVEN.
       
1. Wat is er verkeerd aan de volgende onderzoeksvragen?
       
  a.  
       
       
       
       

© h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)