h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)

Boek V, definities.
       
       
D1. Een grootte is een deel van een andere (grotere) grootte als die andere grootte ermee gemeten kan worden.
       
D2. Een grootte is een veelvoud van een andere (kleinere) grootte als die grootte met die andere gemeten kan worden.
       
D3. Een  verhouding is een verband tussen twee groottes van dezelfde soort.
       
D4. Als twee groottes een verhouding ten opzichte van elkaar hebben dan kunnen ze door vermenigvuldiging elkaar overtreffen.
       
D5. Als twee groottes dezelfde verhouding hebben (de eerste tot de tweede en de derde tot de vierde) en je neemt gelijke veelvouden van de eerste en derde en ook gelijke veelvouden van de tweede en vierde,  dan zijn de eerste veelvouden evenveel groter/kleiner dan die eerste veelvouden.
       
D6. Groottes die dezelfde verhouding hebben zijn evenredig.
       
D7. Als, bij het nemen van gelijke veelvouden, de veelvouden van de eerste groter zijn dan die van de tweede,  maar veelvouden van de derde zijn niet groter dan veelvouden van de vierde, dan heeft de eerste een grotere verhouding tot de tweede dan de derde heeft tot de vierde.,
       
D8. De kleinst mogelijke verhouding heeft drie termen.
       
D9. Als drie groottes evenredig zijn, dan is de verhouding van de eerste tot de tweede gelijk aan de verhouding van de tweede tot de derde.
       
D10. Als vier groottes evenredig zijn, dan is de verhouding van de eerste tot de vierde gelijk aan de verhouding van de eerste tot de derde een ook gelijk aan de verhouding van de eerste tot de tweede.
       
D11.      
       
D12.      
       
D13.      
       
D14.      
       
D15.      
       
D16.      
       
D17.      
       
D18.      
       

h.hofstede (h.hofstede@hogeland.nl)